De ene bevalling is de andere niet. We denken allemaal bij het opstellen van ons bevalplan ‘Dit is hoe ik ga bevallen’. Well, lovely people, joke is on you. En daarmee wil ik absoluut niet zeggen dat het plan overbodig is, want hell yeah, dankzij dat ding heb ik echt heel veel dingen op mijn manier kunnen doen. Maar je hebt maar zoveel controle over zoiets als een bevalling, dat je los moet laten dat alles gaat zoals gepland. En dat beseffen we ons pas wanneer we anderen over hun bevalling horen. Of, in mijn geval, wanneer je van je tweede kindje bevalt.
Mijn eerste bevalling was, om het even samen te vatten, een snelle. In onze vriendengroep waren er 5 meiden zwanger, waarvan ik en 1 andere in augustus/september zouden gaan bevallen. Vanwege mijn diabetes (type 1) moest ik bij 38 weken worden ingeleid, dus ik wist dat we september niet zouden halen. Sterker nog: ik wist exact welke dag ik zou gaan bevallen. Dus de ochtend van de geplande bevalling liepen ik en mijn vriend naar het ziekenhuis toen we een appje kregen. ‘Wij zijn gisteren ouders geworden. Ze maakt het erg goed, maar de bevalling heeft bijna 27 uur geduurt.’ En toen moest ik de deur nog binnenlopen. 27 Uur?! Hoe ga ik dat volhouden?! Eenmaal op de afdeling gingen ze kijken of het plaatsen van een ballonnetje moest. En wat bleek? Mijn lijf was zelf al bezig en ik mocht meteen door naar de verloskamer. 27 uur, my ass! Ik kreeg een mega weeënstorm en binnen 2,5 uur was daar ons eerste zoontje, Bodhi.
Dat was dus mijn beeld van een ‘normale’ bevalling. En met dat idee leefde ik ook naar mijn tweede bevalling toe. ‘Ik ga waarschijnlijk 2 uur door de weeën hel en daarna beval ik in een recordtijd van ons tweede kindje’. Onthoud: joke is on me this time.
Donderdag 16 juli ben ik gaan sporten. Ik heb het nog leuk over hoe ik nog maar 3 weken moet, want ik moet opnieuw worden ingeleid vanwege mijn diabetes. Dit keer gaan we het kindje bij 37 weken halen, want ze verdenken in het ziekenhuis dat mijn placenta het aan het begeven is (kan gebeuren bij zwangeren met diabetes). Om dit dus goed te monitoren moet ik om de dag naar het ziekenhuis voor een CTG (hartfilmpje) van de kleine man. Die vrijdag ben ik nog naar een speelpark geweest met mijn oudste zoontje en rennen, klimmen en springen we nog overal op en af. Ondertussen had ik wat last van pijntjes, maar volgens mijn grote vriend Google is het indalingspijn. Ach ja, past bij de situatie, so why not? Die avond wordt de pijn wel wat heftiger, maar nogmaals stelt Google mij gerust. ‘Part of the deal, no worries’. Oke, Google.
Die zaterdag moet ik naar het ziekenhuis voor het hartfilmpje. Ik word aan de monitor gelegd en overleg ook met de verpleging over de krampen. Zij vermoedden een blaasontsteking, dus daar word ik op getest. Op het hartfilmpje zien ze een gezond hartje, maar een erg onrustig grafiekje in mijn buik. Ze besluiten na overleg om mij nog een uurtje langer te houden om te kijken wat dit is en of het afneemt en ik naar huis kan. Ik heb voordat ik wegging nog tegen mijn vriend gezegd ‘Tot zo!’ maar het duurt dus allemaal iets langer. Vervolgens verloor ik tot mijn grote schrik bloed. In mijn hoofd is bloed niet goed, dus ik druk in paniek op de bel. De verpleging komt en stelt me gerust, maar gaat toch even overleggen. Vervolgens komt er een verloskundige binnen met een toch ietswat ander idee voor die dag. Namelijk: het kan zijn dat je vandaag gaat bevallen. Say what?
Na intern onderzoek bleek ik al ontsluiting te hebben en was mijn lichaam bezig met het inzetten van de bevalling. Al mijn alarmbellen gaan af, want ik ben pas 34 weken zwanger! De ontsluiting zet door en ik moet mijn vriend bellen dat hij naar het ziekenhuis moet komen. In de tussentijd bel ik ook mijn moeder en die vraagt wat ik aan het doen was. ‘Ik ben aan het bevallen’. ‘Je maakt een grapje? Is het 1 april? Nee, Chadee het is juli. Wat?!’ Net zo geschokt als ik probeert ze me te kalmeren, maar dit was een soort van the blind leading the blinds. Maar met een hart onder de riem word ik naar de bevalkamer gebracht en wacht ik daar op mijn vriend. De ontsluiting zet rap door en dat hij vandaag nog geboren gaat worden is een feit. Echter hebben ik en mijn vriend ons voorbereid op scenario A tot Y, maar scenario Z (met 34 weken bevallen zonder daar zowel mentaal als thuis klaar voor te zijn) wasn’t part of my plan. Dus mijn vluchtkoffer stond niet klaar, het kamertje was nog niet klaar en bovenal IK was hier nog niet klaar voor. Ook was ik doodsbang dat m’n baby het niet zou redden, zo vroeg geboren te worden. Ik had geen idee wat prematuur inhield en wat voor risico’s dat met zich meebracht. Ik hoorde in mijn hoofd de dokter continu zeggen: ‘Hij moet tot 37 weken blijven zitten in verband met de rijping van zijn longetjes en hersenen’. 34 is geen 37..
Voor ik het weet zit ik op 7cm ontsluiting. Mijn vriend is er net en samen zijn we ons mentaal aan het voorbereiden op wat komen gaat. 7cm zei ik? Nou, zeg maar 8! Mijn vliezen waren nog niet gebroken, dus dat gingen ze voor mij doen. Daarna begonnen de persweeën meteen. Na 2 keer persen was hij er! Van het breken van de vliezen tot aan de geboorte was zo’n 4 minuten. 4 minuten die ons ons 2e grootste cadeautje ooit brachten! Lowen.
Hij ademde, huilde en zag er goed uit. Daarom kregen we nog even een momentje om met z’n drietjes te zijn. Even bijkomen en kennismaken met onze hele harige baby. Zelfs op zijn ruggetje zat nog allemaal donshaar. Ik noemde hem dan ook een gorillaatje. Vlak daarna moest hij mee de couveuse in. En daar begon voor ons een spannende en onzekere tijd. Want van buiten was hij af. Zelfs z’n nageltjes zaten eraan. Maar van binnen.. Dus omdat hij nog niet zelfstandig genoeg kon ademen werd hij aan de beademing gelegd, kreeg hij stickers voor de hartmonitor en werd hij in de couveuse warm gehouden. Zoveel slangetjes, schermen, piepjes en cijfers. Je wist gewoon niet wat je allemaal in de gaten moest houden om te weten of het goed ging of niet. Die nacht heb ik geen oog dichtgedaan en ieder rood lampje was voor mij een reden om in volledige paniek de zuster op te roepen. De zusters probeerde me gerust te stellen, maar mijn grote vriend Google deed het tegenovergestelde. Toen heb ik mezelf verplicht om alleen positieve succesverhalen te Googlen van kindjes die met 34 weken zijn geboren. Dat heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat ik 10 minuten in slaap ben gevallen, om vervolgens de volgende spannende, onzekere 24 uur aan te gaan.
Nu 3 weken later. We zijn na 2 weken in het ziekenhuis eindelijk naar huis en in onze bubbel getreden. Kleine Lowen heeft alleen nog zijn sonde in zijn neus, maar is verder een kei gezonde baby! Mentaal was die periode in het ziekenhuis een hele zware voor mij waar ik ook met iemand over heb moeten praten. En eentje die met de dag een beetje lichter wordt. Zeker nu ik zie hoe goed hij het doet en hoe sterk hij al is met zijn 37 weken op de teller. De bevalling die ik dacht te krijgen? Nope. De kraamtijd die ik dacht te hebben? Ook 0,0. Maar het prachtige zoontje die ik hoopte te krijgen? Nee. Deze is 1000 maal beter!
Plaats een reactie